Journalism on the edge

We gebruiken intensief mobiele technologie.

  • In 2015 bezat 82% van de Nederlanders een smartphone en 95% van de jongeren tussen 16 en 30 jaar (De Waal, Poell, & Van Dijck, 2016).
  • Volgens eMarketer zouden Amerikaanse volwassenen in 2018 gemiddeld 3 uur en 23 minuten per dag doorbrengen op mobiel internet. (https://www.emarketer.com)
  • We brengen meer dan 60% van onze “digitale tijdsbesteding” door op mobiele technologie. (http://www.comscore.com)

Mobile First. Second Nature.

“Accounting for more than 60% of digital time in the majority of global markets, mobile has changed how we consume content, communicate and connect – it’s our primary tool.”
(http://www.comscore.com/)

 

De evolutie van digital first naar mobile first betekent voor vele een grotere nieuwsconsumptie, want burgers gaan niet enkel nieuws consumeren op traditionele media, maar nu ook op mobiele.

Maar dat niet alleen. Burgers worden nu ook zelf nieuwsproducent. We trekken namelijk onwijs veel foto’s en filmen evenementen, waardoor een enorme berg aan user generated content ontstaat.

De vraag is: als we een filmpje of foto over nieuws online plaatsen, mogen we ons dan ook echt een journalist noemen? Iedereen is misschien wel reporter, maar is iedereen ook journalist?

 

‘Mojo’ of mobiele journalistiek


We hoeven geen ingewikkelde dure apparatuur meer te hebben om nieuws te maken. Tegenwoordig mag je dan nog een peperdure camera, professionele microfoon en driepikkel hebben, als je je materiaal niet op tijd klaar hebt wanneer het nieuws er is, zal je altijd verliezen van de smartphone.

Deze laatste wordt doorgaans in één vlugge handbeweging uit de broekzak getrokken om een gebeurtenis te filmen of er foto’s van te maken. Omdat het zo gemakkelijk is in gebruik, is het beste nieuws vaak afkomstig van een smartphone. Je hebt deze alles-in-één-tool namelijk altijd bij je. Het is even onmisbaar als een Zwitsers zakmes dat is voor een avonturier.

smartphone-swiss-army-knife
Bron: http://www.dewereldmorgen.be

Bovendien is een smartphone ook handig om je opgenomen nieuws meteen online te zwieren op sociale media of andere platformen. Enorm veel mensen maken immers gebruik van deze media. Video’s en foto’s produceren via mobiele technologie is dus gemakkelijker en daardoor toegankelijk voor jan en alleman. Maar dat niet alleen: het is ook gewoon een pak goedkoper.

“Mobile journalists, video journalists, multi-media journalists, solo journalists, backpack journalists, or one-man band”, zijn allemaal termen om te verwijzen naar de nieuwe trend van mobile journalism waarbij televisiejournalisten “report, write, shoot, and edit news stories by themselves, a job that traditionally has been done by multi-person crews” (Blankenship, 2016, p. 1055). Dit is een snel groeiende trend in “local television news organizations in the United States and around the world” (Blankenship, 2016,         p. 1055).

“When you’re a TV reporter and you’re doing everything yourself, it changes the way you tell a story.”
(Blankenship, 2016, p. 1056)

In de Verenigde Staten komt deze trend van kleinschalige televisiemakers die het financieel minder breed hebben. In die kleinschalige televisiesector wordt al jaren mobile journalism gemaakt, en die trend is nu toegenomen over heel de wereld (Blankenship, 2016). Natuurlijk werd ze ook gestimuleerd door de toenemende digitalisering en innovatieve technologie.

 

Over trends en ‘slow storytelling’


In de technologie, economie, media en samenleving heersen bepaalde trends of ontwikkelingen. Het gaat om zekere en onzekere trends die een grote invloed hebben op de toekomst van de journalistiek (Kasem, van Waes, & Wannet, 2017).

Kris Vanhemelryck besprak in zijn college aan de KU Leuven Campus Brussel zes trends die de toekomst van de journalistiek bepalen: social media reporting (bv. Snapchat: Hajj 2016); live (video) verslaggeving (bv. Facebook Live); platform wars en ontbundeling; interactive, immersive en virtual storytelling (bv. Quizzlongread, interactive news games, virtual reality); data en automated journalism (bv. Import IO, Dataminr, vine, animated gifs, graphic novel, drone journalistiek), en conversational journalism (K., Vanhemelryck, persoonlijke communicatie, 23 november 2017).

giphy
Bron: https://giphy.com

Sinds de opkomst van sociale media en mobiele technologie zien we dat nu ook burgers nieuws kunnen publiceren, zoals ik hierboven schreef. Omdat het aantal sociale media en platformen zo groot is, is er echter enorm veel concurrentie en heerst er een slag om het oog van de lezer. Dat wordt de zogenaamde platform wars genoemd.

Wat social media reporting, live verslaggeving en de platformoorlog met elkaar gemeen hebben, is hun snelheid: wie als eerst verslag geeft, krijgt de meeste lezers. Het is een vorm van journalistiek die wil beantwoorden aan de behoefte van de gretige burger die 24/7 nieuws wil kunnen verorberen – met de nadruk op “wil kunnen”, want hoewel hij dat wenst, doet hij dat niet altijd. Én aan de behoefte dat nieuws lezen snel moet gaan, van op de fiets tot in de wc. Zo ontstaan snelle trends als nieuws “in 10 aangrijpende beelden” of “in 10 tweets”, waar je als journalist grijze haren van krijgt.

De geschiedenis leert ons echter dat een fenomeen vaak een tegenreactie met zich meebrengt. Zoals digitalisering aanhangers (utopisten) heeft, maar ook tegenhangers (neo-ludisten), heeft ook “snelle, hapklare” journalistiek een tegenreactie uitgelokt, namelijk die van slow journalism. “The world’s first Slow Journalism magazine” is Delayed Gratification.

Screen_Shot_2015-08-30_at_12.57.06_PM

Bron: https://garciamedia.com

Een trend die in de lijn ligt van slow journalism is storytelling, met name de longread of deepread. Slow journalism lijkt mij een oplossing voor serieuze kwaliteitsjournalistiek en zeker wanneer die in de vorm van een longread wordt gegoten.

Slow journalism

Waarheid en kwaliteit boven snelheid

Craig (2015) schrijft in zijn essay over het concept slow living. Een onderdeel daarvan dat wellicht bekender in de oren klinkt dan slow journalism, is slow food. Craig stelt dat – klinkt logisch – we zowel nood hebben aan snelle als aan trage journalistiek.

Maar, benadrukt hij, trage journalistiek kan journalistieke sleutelfuncties versterken die momenteel in gevaar zijn. Daaronder verstaan we de nood van journalisten om de samenleving waarover ze berichtgeven te beoordelen en samen te vatten, de huidige complexe informatieorde uit te leggen, en deskundig te rapporteren over onderscheid in een toenemende pluralistische samenleving (Le Masurier, 2016). Craig (2015) schrijft:

“Fast forms of journalism must rely to a greater degree on the mobilization of political, social and cultural assumptions in reportage, but this becomes increasingly problematic when so many expressions of identity and lifestyle challenge more traditional ways of life and understandings of community.”
(Craig, 2015, p. 471)

Le Masurier (2016) voegt daar nog aan toe dat journalisten tijd nodig hebben om doordacht te antwoorden op deze sociale en culturele veranderingen in de samenleving. Andere perspectieven verkennen, luisteren en kwaliteit omarmen, vraagt tijd.

Delayed Gratification magazine

“A beautiful printed quarterly publication which revisits the events of the previous three months to see what happened after the dust settled and the news agenda moved on,” zo beschrijft het magazine zichzelf op haar website (https://www.slow-journalism.com/).

Het magazine keert het concept “om het eerste het meest sensationele nieuws posten” de rug en zijn – terecht – trots “to be ‘Last to Breaking News’,” “because today’s ultra-fast news cycle rates being first above being right” (https://www.slow-journalism.com/). Volgens het magazine heerst de trend van vertellen wat er gebeurt, maar niet uitleggen wat dat juist betekent.

Onder “things you’ll love about Delayed Gratification magazine” prijkt ‘perspectief’ bovenaan de lijst. Het magazine wacht drie maanden vooraleer ze berichtgeeft over een nieuwsfeit. Daarbij pikt ze feiten uit het nieuws die er werkelijk toe doen en focust ze op evenementen “with the benefit of hindsight”. Dictionary.com definieert dat laatste als de “recognition of the realities, possibilities, or requirements of a situation, event, decision etc., after its occurrence” (dictionary.com). Op die manier kan het magazine je de eindanalyse bieden in plaats van de eerste “kneejerk” reacties.

Delayed Gratification beschrijft haar visie op slow journalism in de sectie “Why slow journalism matters”. Enkele puntjes sprongen mij daarbij in het oog:

“WE VALUE BEING RIGT ABOVE BEING FIRST”

Om te beginnen verkiest het tijdschrift waarheid boven eerst-zijn. Ze nemen de tijd om de dingen goed te doen. In plaats van tevergeefs de strijd aan te gaan met de snelheid van sociale media, keren ze terug naar de kernwaarden waarnaar we op zoek zijn in de journalistiek: context, analyse en expertise.

Aanschouw de statistieken hieronder op de site van Delayed Gratification magazine. Ze geven precies weer hoeveel seks (-acties, -locaties en –paraphernalia) er voorkomen in de “mummy-porn trilogy”, op een schaal van “vanilla to kinky”.

50shades

Bron: https://www.slow-journalism.com

“WE INVEST IN JOURNALISM”

Daarnaast geeft het magazine aan dat ze investeert in goede journalistiek. Terwijl andere media journalisten afdanken, knipt in redactionele budgetten en berichten uit andere media overnemen om gaten te vullen, kiest Delayed Gratification een andere weg. Het Slow Journalism magazine investeert elke cent van elke abonnee in het schrijven en publiceren van geweldige journalistieke verhalen.

“WE DON’T HAVE INFINITE SPACE TO FILL”

Bovendien hoeft het magazine geen eeuwig gat te vullen: het hoeft niet 24/7 nieuws te produceren. Dat geeft de kans om volwaardig kwaliteitsvol nieuws te serveren in plaats van roddels, hete lucht en sensatienieuws. Aangezien ze maandelijks slechts 120 nieuwspagina’s voortbrengen, doen ze elke pagina zijn recht aan.

“WE CUT THROUGH THE WHITE NOISE”

Daarnaast snijdt het Slow Journalism magazine door witte ruis. Terwijl moderne nieuwsmedia volstaan met copy/paste-artikels, automatische kritieken, reclame nonsens en churnalism, staat slow journalism garant voor intelligent, neutraal en objectief nieuws dat moet inspireren en informeren.

“WE TELL YOU HOW STORIES END”

Ten slotte vertelt Delayed Gratification hoe verhalen eindigen, in tegenstelling tot andere media. Terwijl andere media je dag na dag overvallen met berichten over hetzelfde verhaal, serveert Delayed Gratification je hapklare slow food.

Andere media laten je na die verschillende berichten nog op je honger zitten, omdat er geen einde aan het verhaal wordt gebreid. Delayed Gratification, daarentegen, neemt alle stukjes samen nadat de storm is gaan liggen om er een volledig verhaal mét einde van te maken.

Storytelling en scrollytelling

Journalistieke stories worden tegenwoordig vaak vergezeld van visualisatie en interactiviteit, zoals de interactive infographics (TNYT), graphic novel, longread of deepread, storymap, interactieve news games, interactieve documentaire.  Of verhalen worden vergezeld van audio, zoals bij de podcast.

Podcast

Een schoolvoorbeeld van podcasting voor mij is de Amerikaanse astrofysicus en wetenschapscommunicator Neil deGrasse Tyson.

20170616151323-neil-degrasseBron: https://www.entrepreneur.com

Tyson ziet zichzelf als de vertaler van wetenschap en astronomie naar een taal die verstaanbaar is voor een groter publiek. Dat doet hij door aan te schuiven bij talkshows, door mee te doen aan academische toers, door zijn eigen podcast publiek te stellen en via het presenteren van zijn Amerikaanse televisieserie “Cosmos: A spacetime Odyssey”. 

Tysons podcats worden uitgezonden op zijn StarTalk Radio. In een interview met Science Network haalt Tyson de kern van journalistiek aan:

“The most important feature is the analysis of the information that comes your way.  And that’s what I don’t see enough of in this world. There’s a level of gullibility that leaves people susceptible to being taken advantage of. I see science literacy as kind of a vaccine against charlatans who would try to exploit your ignorance.”
Neil deGrasse Tyson – Science Network

 

Tools voor ‘slow storytelling’


Vooraleer je een tool kiest, moet je altijd eerst nadenken wat voor nieuws je wil brengen. Als journalist gaat mijn voorkeur uit naar diepgaande, feitelijke, neutrale, analyserende en samenvattende journalistieke verhalen, met andere woorden slow journalism.

Aangezien mijn voorkeur ligt bij slow journalism, verkies ik tools die ontworpen zijn voor de longread of deepread. Dat is een vorm van slow journalism die behoort tot de trend van visuele storytelling of scrollytelling. Voor de longread maak je gebruik van tools die visuele storytelling ondersteunen en die tekst en beeld combineren, met een focus op tekst.

De eenvoudigste tool voor scrollytelling is volgens mij Medium. Aangezien het eenvoudig is, ziet het er in mijn ogen ook minder aantrekkelijk uit. Atavist is het meest veelzijdige platform en in de gratis versie ervan kan je al een hele hoop doen. Storybuilder en Storyform zijn vergelijkbaar met Atavist, maar net dat ietsje meer. Deze tools worden onder andere door De Morgen gebruikt.

De tools die van pas komen voor een interactieve en virtuele ondersteuning van storytelling, vind ik ook erg aantrekkelijk, maar zijn minder geschikt voor geschreven kwaliteitsjournalistiek. Exposure vind ik een prachtige tool voor serieuze fotoreportages. Odyssey.js combineert tekst, foto’s en interactieve kaarten tot een digitaal verhaal. Deze tool geeft een erg mooi effect, maar is vooral visueel, niet zo inhoudelijk. Wanneer deze tool gecombineerd wordt met een inhoudelijk sterke journalistieke tekst, dan zou dit een geweldig resultaat geven.

Een laatste vorm van virtual storytelling is de 360°-video. Die vorm van virtual journalism is de max. Laat ik het hieronder even uitleggen via een interview met journaliste Marcelle Hopkins van The New York Times.

Virtual reality: 360°-video

Interactieve en visuele journalistiek vinden we terug bij 360° journalistieke video’s. The New York Times heeft een jaar lang verhalen in deze vorm gepubliceerd. Nieuwsgierig? Ga dan hier even kijken.

Marcelle Hopkins, video editor en co-director van virtual reality bij The New York Times bespreekt de technologie die ze gebruikt als journalist. Vorig jaar, vertelt Hopkins, heeft The New York Times The Daily 360 gelanceerd. Daarbij werd elke dag een 360°-video gepubliceerd van ergens in de wereld. Door de grote hoeveelheid aan dagelijkse publicatie, heeft de krant veel bijgeleerd over virtual reality. Het project liet toe snel over te schakelen naar een nieuwe manier van storytelling, journalisten te trainen in een nieuwe tool en om immersive journalism te introduceren in een groter publiek.

Hopkins haalt de sterke punten en struikelblokken aan van virtual reality voor journalistiek. Ze stelt dat virtual reality goed is om “a sense of place” te creëren. Daarom gebruiken journalisten het vaak voor verhalen waarbij de plaats belangrijk is om het verhaal te volgen. Volgens Hopkins kan virtual reality “transport our audience to places they otherwise couldn’t or wouldn’t go, as in “The Antarctica Series”, which takes peoples below and above the ice of Antarctica.”

“V.R. can transport our audience to places they otherwise couldn’t or wouldn’t go, as in “The Antarctica Series,” which takes people below and above the ice of Antarctica.” Marcelle Hopkins – The New York Times

Onverwachte struikelblokken zijn heel frequent, gaat Hopkins verder, omdat de journalisten aan het werken zijn “on the edges of what [they] know how to do”. Maar, zegt Hopkins, problematisch is dat er vaak een kloof is tussen de manier waarop ze een verhaal willen vertellen en de tools waarmee ze het moeten doen of de mogelijkheden van de tool. En “that’s when we hack available hardware or software to suit our need”, geeft ze toe.

“Unexpected stumbling blocks arise frequently because we’re working on the edges of what we know how to do.”
Marcelle Hopkins – The New York Times

Een burg te ver…

Bij immersive journalism gebruikt de journalist een virtuele wereld om de lezers letterlijk te laten beleven wat er gebeurd is op de plek van het nieuwsfeit. Journalisten “immerse themselves in a situation and with the people involved” en het eindproduct “tends to focus on the experience, not the writer” (K. Vanhemelryck, persoonlijke communicatie, 3 november 2017).

Nonny De La Penna, bijvoorbeeld, maakt echte gebeurtenissen na met animatie. Zo ben je echt aanwezig in de actie van het nieuws, je kan het nieuws echt herbeleven. Je plaatst de kijker echt letterlijk in het verhaal. Voor een voorbeeld van De La Penna’s journalistiek, klik hier.

De La Penna’s vorm van storytelling is voor mij echter een brug te ver. Het geeft geen analyse meer van het nieuws. Het doelt gewoon op een weergave van de gebeurtenis om de kijker mee te sleuren naar het moment zelf. Wat bereik je daar dan mee? Volgens mij is dat niets anders dan een hopeloze schreeuw om empathie.

 

Wordt de journalistiek beter van ‘slow storytelling’?


Slow journalism is als slow food

Zoals slow food tal van voordelen heeft, zo heeft slow journalism dat ook. Om een gerecht te bereiden volgens de slow food-methode, moet je een aantal uren uitrekken. Dat geldt ook voor slow journalism.

Bij slow food moet je om te beginnen

heel wat opzoekingswerk doen: welk gerecht ga ik maken?; welk recept ga ik volgen?; heb ik alle producten in huis?; welke producten kan ik waar lokaal kopen?; hoeveel tijd heb ik nodig om alles vanaf scratch te bereiden?.

Ook slow journalism heeft een lange voorbereidingsfase: je gaat research doen over je onderwerp, eventueel een interview afnemen, kennis verwerven via boeken, schema’s maken over de structuur van je tekst, nadenken over een catchy titel, en ga zo maar door.

Slow food verzet zich tegen fast food, tegen diepvriespizza’s opwarmen in de microgolfoven en opschrokken voor de televisie. Het respecteert voeding(sproducenten), gezondheid en ecologie.

Op diezelfde manier wil slow journalism weg van de snelle “klik-slik” journalistiek die je op de wc of voor de tv consumeert. Het heeft respect voor nieuws en de journalist.

Is slow beter?

Een groot voordeel van slow journalism en de longread is dat de journalist journalist blijft en niet verandert in een multiskiller die zowel tekstjournalist, als beeldjournalist en cameraman en geluidsman is. Als iedereen zomaar alles doet, dan verlies je expertise en kwaliteit (C. Vuylsteke, persoonlijke communicatie, 11 december 2017).

Mensen die zich specialiseren in bepaalde taken, daarentegen, zijn in staat deze met een grotere betrouwbaarheid, kwaliteit en snelheid uit te voeren, omdat ze relevante vaardigheden en kennis bezitten (Blankenship, 2016). Ook Catherine Vuylsteke benadrukt dat specialisatie heel belangrijk is voor de kwaliteit van nieuws.

Doordat slow journalism niet 24/7 nieuws produceert, overwelmt het de lezer niet waardoor de lezer geen last zal hebben van informatie overload of informatiestress. Dat is nu wel het geval. Constante nieuwsproductie en –consumptie roept stress en angst op niet op de hoogte te zijn als we eens een dag geen nieuws consumeren.

slow-journalism-621x414

Bron: http://www.magzine.it

Een ander voordeel van longreads is dat ze long zijn. De schrijver ervan kan zowel beroepsjournalist, als beginnend journalist, als amateur zijn. Maar wat we met zekerheid weten, is dat het iemand is die graag schrijft en daar graag veel tijd voor vrijmaakt. Als je wil dat je longread gelezen wordt, moet je daar immers tijd, geld en energie in investeren. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een GIF, kan je een longread niet “even snel tussen de soep en de patatten” schrijven.

Bij het vertellen van een verhaal moet de focus voor mij wel nog altijd liggen op een kwaliteitsvolle tekst, en die wordt dan aangevuld met een kwaliteitsvolle reportage. Enerzijds vind ik storytelling die louter uit beelden bestaat, geen kwaliteitsvolle journalistiek meer, anderzijds zijn beelden wel heel belangrijk voor het begrijpen en aanvoelen van een verhaal. Zoals Marshall McLuhan aangeeft, stellen beelden ons beter in staat om informatie verwerken (Chauvat, 2016).

Volgens Marshall Mc Luhan bepaalt de manier waarop je communiceert bovendien mee wat je zegt (Bertho-Lavenir, 2006). De snelle en oppervlakkige aard van sociale media zal dus sneller, feller, en minder genuanceerd nieuws publiceren, terwijl de trage en diepgaande aard van een longread, dus diepgaander nieuws zal publiceren.

Naar mijn mening moet de journalist in zijn verhaal nog steeds een goede tekst kunnen schrijven. Juist daarom vindt ik de longread zo geweldig. Daar kruipt tijd in, dat zie je. Het is een uitgebreide tekst waarin plaats is voor expertise, feiten en objectiviteit, en tegelijkertijd wordt de tekst mooi vormgegeven met bijvoorbeeld grote foto’s op de achtergrond. Waar ik dus niet van sta te springen zijn storytellingtools als Storify die wel gemakkelijk zijn om sociale media te verwerken en voor live blogs, maar die inhoudelijk niet zo sterk zijn.

“Een journalist dat word je niet, dat ben je.”
(Catherine Vuylsteke, persoonlijke communicatie, 11 december 2017)

 

Bronnen:

Bertho-Lavenir, C. (2006). “Marshall Mc Luhan”. Association Médium, 3(8), 136-145. doi:10.3917/mediu.008.0136

Blankenship, J. C. (2016). Losing their “mojo”? Mobile journalism and the deprofessionalization of television news work. Journalism Practice, 10(8), 1055-1071. doi:10.1080/17512786.2015.1063080

Chauvat, E. (2016, 8 april). Pour comprendre les médias, Marshall McLuhan. Geraadpleegd op 12 december 2017, via http://acolitnum.hypotheses.org/523

Craig, G. (2015). Reclaiming slowness in journalism: Critique, complexity and difference. Journalism Practice, 10(4), 461-475. doi:10.1080/17512786.2015.1100521

De Waal, M., Poell, T., & Van Dijck, J. (2016). De platformsamenleving: strijd om publieke waarden in een online wereld. doi:10.5117/9789462984615

Hopkins, M. (2017, 18 oktober). Pioneering virtual reality and new video technologies in journalism. The New York Times. Geraadpleegd via https://www.nytimes.com

Kasem, A., van Waes, M., & Wannet, K. (2017). Anders nog nieuws? Scenario’s voor de toekomst van de journalistiek. Geraadpleegd via www.journalistiek2025.nl

Le Masurier, M. (2016). Slow journalism: An introduction to a new research paradigm. Digital Journalism, 4(4), 405-413. doi:10.1080/21670811.2016.1139904

The Science Network. (2009, 23 juli). Neil deGrasse Tyson: Called by the universe. [Televisieuitzending]. Geraadpleegd op 11 december 2017, via http://thesciencenetwork.org

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s